Voorbij het punt waar een hernieuwbare brandstof voor nationale RED-III-naleving is geregistreerd, kan een bedrijf nauwelijks meer claimen dan een marktgemiddelde reductie. Dit is het verhaal van het Clean Fuel Protocol: een vrijwillig, op UNTP gebaseerd Digitaal Productpaspoort voor hernieuwbare brandstoffen, opgezet door een consortium van het Centre of Excellence Digital Product Passports, TNO, Regen Studio en Fides in opdracht van RVO, en nu een bijlage bij de Kamerbrief over de afronding van de RED-III-implementatie (Tweede Kamer).

Een consortium van

TNO Regen Studio
Fides — Accelerating Digital Trust Centre of Excellence Digital Product Passports

In opdracht van

RVO — Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

In februari 2026 publiceerde ons consortium een openbaar rapport, de Eindrapportage Clean Fuel Protocol. Op 7 mei 2026 ging het naar de Tweede Kamer, als bijlage bij de Kamerbrief van de regering over de afronding van de RED-III-implementatie, en het staat nu op de agenda van de vaste Kamercommissie voor Infrastructuur en Waterstaat. Nu het rapport openbaar is, kunnen we erover schrijven.

Dit is het verhaal van hoe een vraag over vertrouwen in de markt voor hernieuwbare brandstoffen een concreet voorstel werd dat nu bij Nederlandse beleidsmakers ligt.

Waar het begon

Regen Studio werd in eerste instantie uitgenodigd voor een marktconsultatie over traceerbaarheid van hernieuwbare brandstoffen. Onze suggestie daar was eenvoudig: blijf dit benaderen als een Digitaal Productpaspoort-vraagstuk, en bouw voort op de technische systemen die rond EU-regelgeving al worden gestandaardiseerd, in plaats van iets parallels uit te vinden. Dat idee bleef hangen. Door de handen ineen te slaan met het Centre of Excellence Digital Product Passports, TNO en Fides konden we het veel verder brengen dan ieder van ons alleen had gekund, en er vormde zich een consortium om precies dat te doen, met TNO als formele opdrachtnemer.

Het probleem

In Nederland stopt het verifieerbare spoor van een hernieuwbare brandstof feitelijk op het moment dat een batch wordt geregistreerd bij de nationale emissieautoriteit. Voorbij dat punt kan een bedrijf dat de brandstof gebruikte niet veel meer zeggen dan "deze is bevestigd geregistreerd voor nationale RED-III-naleving". In de praktijk blijft daarmee alleen een gemiddelde reductie over, geclaimd over de hele Nederlandse brandstofmarkt, tenzij de batch expliciet is geregistreerd als niet-deelnemend aan die regeling. De bestaande oplossingen zijn versnipperd en kunnen niet betrouwbaar uitsluiten dat dezelfde duurzaamheid dubbel wordt geteld, laat staan een bedrijf duidelijkheid geven over wat het daadwerkelijk mag claimen onder regelgeving zoals CSRD en ESPR.

De herkadering

De bijdrage die de richting bepaalde was een argument, geen stuk software: behandel downstream-traceerbaarheid van hernieuwbare brandstoffen als een Digitaal Productpaspoort, en gebruik het United Nations Transparency Protocol (UNTP) als architectuur. Zodra je het zo ziet, worden een groot bestaand Europees werkpakket en een opkomende internationale standaard iets om op voort te bouwen in plaats van opnieuw uit te vinden. Lees meer over het onderliggende idee op onze pagina over Digitale Productpaspoorten, en het vertrouwensmodel dat zo'n paspoort geloofwaardig maakt staat in ons position paper over Betrouwbare Digitale Productpaspoorten.

Wat het project neerzette

Het resultaat is het Clean Fuel Protocol: een sectorspecifieke implementatie van UNTP waarmee verifieerbare duurzaamheidsdata met een brandstofbatch meereist, voorbij het punt waar het nationale spoor nu eindigt. Het gebruikt concepten van het Digitaal Productpaspoort en de EU Business Wallet, zodat een claim door een derde partij gecontroleerd kan worden zonder directe toegang tot overheidssystemen.

Het rapport verkende ook hoe een volgende fase eruit kon zien, aan de hand van een concrete casus uit de zuivelsector: het berekenen van de emissies van melk op basis van geverifieerde brandstofdata die via het protocol wordt meegedragen. Die casus loopt het ontwerp op papier van begin tot eind door. We zijn de melkcasus zelf nog niet begonnen; het is het soort pilot dat een volgende fase zou uitvoeren.

Van hernieuwbare opwekking via brandstofproductie en opslag tot levering over weg, spoor, vrachtwagen en schip — het pad dat een verifieerbare brandstofclaim moet overleven.
Van hernieuwbare opwekking tot multimodale levering: elke overdracht is een punt waar een duurzaamheidsclaim verloren kan gaan. Het Clean Fuel Protocol is ontworpen om die het hele traject mee te dragen.

Naast het rapport

Het consortium stemde ook af met NEN, het Nederlandse normalisatie-instituut, voor informatie-uitwisseling en om het Clean Fuel Protocol toe te lichten, wat input vormde voor een parallel rapport. Dat rapport is eveneens een bijlage bij dezelfde Kamerbrief, zodat het protocolvoorstel en de route naar standaardisatie samen de Kamer bereikten.

Openbaar document

Het volledige rapport, de Eindrapportage Clean Fuel Protocol, is een bijlage bij de Kamerbrief van de regering over de afronding van de RED-III-implementatie (Kamerstuk 32813‑1560).

Lees de Kamerbrief en het rapport op tweedekamer.nl →

Wat er nog moet gebeuren

We denken dat de richting klopt, en we zijn er duidelijk over dat de richting nog niet de bestemming is. Op dit moment wacht het consortium ook op de volgende stappen. Volgens Regen Studio is het nu essentieel dat de overheid helpt de markt naar een duurzame brandstofmarkt te bewegen: vertrouwde brandstofproducten, met prikkels die richting de adoptie van duurzame brandstof wijzen. De normalisatiecommissie en het pilotproject moeten van start.

En als je echt een nieuwe visie op informatiestandaarden in de brandstofmarkt wilt neerzetten, moeten meer energiedragers worden beproefd. Binnenkort starten we een onderzoeksproject met het TruPASS-consortium van de TU Eindhoven rond een waterstofcasus. Het pakt vrijwel dezelfde architecturale uitdaging aan, op een ander deel van de toeleveringsketen: douaneafhandeling bij import. We zien deze twee projecten als twee kanten van dezelfde medaille. Een waterstofpaspoort zou een fork van deze op biodiesel gerichte opzet kunnen zijn.

Het consortium

Het werk werd uitgevoerd in opdracht van RVO en geleverd door een samenwerking tussen het Centre of Excellence Digital Product Passports, TNO, Regen Studio en Fides, met TNO als formele opdrachtnemer en contractpartij. Regen Studio leidde de ecosysteemcoördinatie, de regelgevingsanalyse en de stakeholdervereisten, en bracht de herkadering richting Digitale Productpaspoorten en UNTP. Fides deed de oplossingsarchitectuur. Niemand van ons had dit alleen kunnen maken, en het resultaat is er beter door.

Waarom dit verder reikt dan brandstof

Een Digitaal Productpaspoort hoeft geen wettelijke verplichting te zijn. Het Clean Fuel Protocol is een vrijwillig paspoort, gebouwd door een sector omdat de traceerbaarheid het waard is, niet omdat een wet het afdwingt. Naarmate verplichte paspoorten in meer productgroepen verschijnen, kunnen de vrijwillige net zo belangrijk blijken. Daarom staat dit werk naast de gereguleerde categorieën op onze pagina over Digitale Productpaspoorten.

Een landschap van hernieuwbare energie en brandstof: wind, zon, productie, opslag en transport — het systeem dat het Clean Fuel Protocol leesbaar wil maken.

Werk je aan een vraagstuk rond traceerbaarheid of productpaspoorten, verplicht of vrijwillig, dan is dit precies het soort probleem waar Regen Studio graag bij in de kamer zit.

Lees meer over hoe we werken op onze pagina Innovatiediensten.

Heb je een toeleveringsketen waarin een duurzaamheidsclaim downstream overeind moet blijven? Neem contact op en laten we er samen naar kijken.

Probeer de demo

Zie een Digitaal Productpaspoort in actie

Onze interactieve DPP-systeemdemo traceert een product van begin tot eind — dezelfde op UNTP gebaseerde architectuur waarop het Clean Fuel Protocol voortbouwt.

Open de demo →